Mudmen & Melpa tribe at Mount Hagen

Papoea 5 – 6 juli 2017

Papoea-Nieuw-Guinea, Mount Hagen, 05 & 06 juli 2017


Naville staat in alle vroegte alweer vrolijk klaar bij ons hotel. Onze tassen zijn herpakt en de grote bagage droppen we bij Naville in het kantoor. Voor de verandering gaan we op pad met dag-rugzakken en een handtasje per persoon. Dat is voor ons nog eens lichtgewicht op stap. Via een kort vlucht over het binnenland komen we aan in Mount Hagen City; de 2de stad van het land qua inwonersaantal. Onze gids vist ons op. We moeten alleen nog wachten op een groep andere toeristen, die met een ander vliegtuig aankomen. Geen probleem want recht tegenover het vliegveld is de markt. Dus is er genoeg te zien om de tijd te doden. De stad ligt in de Wahgi valley op een hoogte van 1667 meter boven de zeespiegel. Een prachtige groene vruchtbare vallei waar van alles groeit. Thee, koffie en fruit en groente voor de rest van het land of voor export komt hier vandaan.


Als alle gasten zijn gearriveerd rijden we via het stadje naar de Rondon Ridge logde, die verderop in de bergen gebouwd is, op de Kubor Range. Hier heb je een prachtig uitzicht over de vallei. Het is wat onrustig in het stadje door de presidentsverkiezingen, die momenteel in volle gang zijn. Er is veel politie op straat. Ook patrouilleert het leger. Altijd fijn als je een halvegare toerist bij je hebt die dan foto’s wil nemen uit het raam van de gewapende militairen bij de wegafzetting … de gids en Kieke krijgen bijna een rolberoerte … het zou niet de eerste toerist zijn, die zijn fototoestel moet inleveren en een nachtje mag logeren bij de mannen in uniform. Al snel rijden we de mensenmassa van de stad uit. De verharde weg is veranderd in een modderweg de bergen in. Hier en daar zijn ze druk bezig om wat landverzakkingen, die op de weg terecht zijn gekomen door de heftige nachtelijke regenbuien, weg te ruimen. Het busje moet daardoor ook soms wel super dicht langs de afgrond rijden. De lodge is prachtige en overal hangen en staan maskers, van de verschillende stammen. We kijken onze ogen uit. Na de lunch wandelen we zelf om de lodge heen opzoek naar paradijsvogels. Joseph, de vogelgids, moet erom lachen, want de paradijsvogels komen pas rond de schemering. Tijdens de avondschemering plenst het van de regen. Toch gaan we samen met Joseph nog wel even op pad, zodat hij de verschillende bomen aan kan wijzen waar de paradijsvogels graag verblijven. Misschien kunnen we ze dan morgenochtend zelf spotten. ’s Avonds koelt het snel af in de bergen en we kruipen vroeg in onze bedjes, om morgenochtend voordat het culturele programma start een poging paradijsvogel te doen.


Helaas, het giet nog steeds…. geen vogels en we kunnen ook de drone niet loslaten boven de vallei. Gelukkig komen er tijdens het ontbijt langzaam lichte stukken tussen de donkere wolken en trekt het wolkendek geleidelijk omhoog uit de vallei.

Vandaag staat misschien wel de kleurrijkste stam van Papoea op het programma: de Melpa tribe. Naast de fantastische traditionele kleding zijn ze ook bekend door hun gebrek aan kapitalisme … persoonlijke status kan verworven worden door rijkdom, die je dan traditioneel weer afstaat aan andere stamleden door middel van een ceremoniële ruil, die “Mokka” genoemd wordt. Een soort van hoe meer je weggeeft hoe rijker dat je bent…



In Papoea Nieuw Guinea heb je nog meer dan 800 verschillende stammen, met ieder hun eigen taal en tradities. Deze worden weer onderverdeeld in dorpen (villages), die verder onderverdeeld worden in clans (families). Daarnaast zijn de Papoeaanen rijk aan verschillende ceremoniële tradities. Ze hebben overal verschillende kledij en dansen voor, zoals bij; geboorte, huwelijk, sterfte, menstruatie, oorlog, etc.



Er zijn twee soorten traditionele Melpa-huizen: heren en dames. Herenhuizen zijn rond met kegelvormige daken. Dit is waar mannen wonen en waar jongens leven als ze gescheiden zijn van hun moeders (rond de leeftijd van acht). Vrouwen en hun ongehuwde dochters wonen in het rechthoekige vrouwenhuis. Het vrouwenhuis bevat ook varkensstallen om te voorkomen dat de varkens ’s nachts afdwalen of worden gestolen. Een dorp bestaat uit minstens één herenhuis en één vrouwenhuis.
Ook hier zijn missionarissen actief/actief geweest. En zij moedigden het bouwen van eengezinswoningen aan waar een echtgenoot, een vrouw en hun kinderen samen zouden slapen. Sommige Melpa’s hebben deze nieuwe verblijfsvorm aangenomen, terwijl anderen ervoor hebben gekozen om dat niet te doen.

Bij het eerste dorp worden we verwelkomd door een Tokwe krijger van het Nokpa clan. We schrikken ons een verenhoedje als hij met pijl en boog in de aanslag uit de bosjes komt springen en allerlei vreemde geluiden maakt … na de eerste schrik kunnen we door de gewapende aanval heen kijken en blijkt dat deze krijger meer weg heeft van een schattige knuffel opa met boombast-rokje en rode verentooi.

Eef heeft een collegiaal onderonsje met de dorps ‘huisarts’, hier beter bekend als de medicijnman. Het lijkt er vooral op dat hij te diep in de vlammen heeft gekeken aangezien zijn hele gezicht pikzwart is. We krijgen nog wat krijgerskills te zien en begrijpen nu ook de functie van grote grijptenen een stuk beter … Als ze een vuurtje willen maken houden ze namelijk het houtje met hun voeten vast en ontstaat door wrijving van de verschillende houtsoorten op een stuk droge stro een vonkje …





Een eindje verderop in het Polja dorp is de Kaulga clan nog druk bezig met het verkleden naar hun traditionele tenue. Er ontstaat een kleine discussie tussen de gids en het dorpshoofd, wie er nou te vroeg of dan wel te laat is … Ons maak het eigenlijk niet uit. Wij vinden het bijzonder om te zien met hoeveel liefde en aandacht ze hun bijzondere creatieve kledij aantrekken. Hier een blad, daar een likje verf, een schelpje of een vlechtje. Met veel precisie wordt iedereen prachtig opgedirkt om ons kennis te laten maken met hun rijke cultuur. Oké, we moeten toegeven er zijn hier en daar wat paradijsvogeltjes voor gesneuveld, maar dan heb je ook wel een hoofdtooi waar menig stamlid super jaloers op is. Samen spelen het verhaal van het ontstaan van de mudmen na.





Langgeleden was er een stam, de kleine Melpa’s, die door een andere stam de grote Melpa’s verslagen werd en in de Asaro rivier in de Wahgi Valley werd gedreven. De banken van de rivier waren van dikke klei en modder. De overwinnaars hadden inmiddels het dorp ingenomen en deden zich tegoed aan de veroverde voorraad eten en slachten een varken. De verdreven stamleden konden niet zwemmen en de rivier oversteken en zij wachten tot het ging schemeren voordat ze terugkwamen aan land. Ze waren totaal onherkenbaar geworden doordat ze besmeurd waren met dikke modder waar ze zich de hele dag in schuil hadden gehouden. Besmeurd en wel slopen ze terug naar het dorp. Bij het dorp aangekomen branden er een groot vuur, hing het varken op het spit en er ontstonden grote schaduwen op de bomen…

De meeste stammen zijn erg spiritueel … de overwinnaars schrokken zo van de gekke verschijningen … dat ze er allemaal vandoor gingen. Deze stamnaam komt van de rivier waar ze zich schuilhielden de Asaro, maar tegenwoordig zijn ze beter bekend zijn de onder de naam mudmen. De tactiek werd wat uitgebreid, er werden ook enge maskers gekleid en van bamboe werden gevaarlijke vingers gemaakt. Vocaal was er ook een uitbereiding. Door met de bamboe vingers tegen elkaar te klappen ontstond er een angstaanjagend geluid, ter aankondiging dat ze er aankwamen. Typisch gevalletje wie niet groot is moet slim zijn, geheel op Papoeaanse wijze.








Op de terugweg hebben we een stop bij Kaip dorpje, waar we een spiritdance te zien krijgen. Waarbij het aardse leven en het dodenrijk van de spirits dichterbij elkaar liggen dan wij denken. Tijdens deze dans worden de voorouders om hulp gevraagd om je eigen pad wat makkelijker te maken.

En mocht er een stamlid overlijden tijdens een stammenoorlog een aantal dorpen verder op, dan wordt eerst zijn lichaam opgehaald en begraven. De andere krijgers van het dorp gaan daarna terug om zijn ronddolende spirit te vangen in een bamboe koker volgens overleveringstraditie. Deze koker wordt vervolgens net naast het lichaam begraven. Waarna er 48 uur onophoudelijk gezonden en gedanst wordt om de spirit tot rust te laten komen. Bij ieder overlijden is de traditionele ceremoniële samenkomst van familie, clan genoten en bekenden die maar liefst 6 weken lang duurt. Al die tijd kunnen de familie leden dan ook niet werken of naar school gaan.




Na een lange dag slingeren we weer de bergkam op naar de lodge, terwijl dikke stapelwolken weer samendrijven. Wat een fascinerend plaatje oplevert van het dal, terwijl er de paradijsvogels lekker zitten te schuilen ver in het bos.
 

Zelf op reis naar Papoea Nieuw-Guinea? Check de website van All for Nature Travel
afn_logo_en-slogandemooistewildlifereizen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Pin It on Pinterest

Share This